Met de huidige kennis adviseren wij
u de richtlijnen van stichting de Aesculaap
aan te houden,
Onderstaande adviezen berusten op de
ervaringen tot nu toe.
Snoeien/werkzaamheden aangetaste bomen
:
Snoei aangetaste bomen niet en verricht
geen werkzaamheden aan de boom; dit
kan eventuele verspreiding helpen voorkomen!
Wanneer bomen toch gesnoeid moeten worden,
zorg er dan voor dat het gereedschap
wordt ontsmet.
Wanneer er in een kastanjebestand verschil
in aantasting is, dan kunt u het beste
starten met de werkzaamheden in de niet
zieke bomen.
Omgaan met aangetast materiaal:
Aangetaste bomen kunt u het beste
laten staan; zieke bomen hoeven niet
direct te worden gerooid.
Veiligheidshalve raden wij aan
om dode bomen of ernstig zieke bomen
die een gevaar opleveren voor de omgeving
en dus verwijderd moeten worden te
schillen.
Verzamel de aangetaste bast en het
schorsmateriaal en stuur het naar
de afvalverwerking. Neem voor meer
informatie over afvalverwerking contact
op met uw gemeente. Het niet-aangetaste
hout kan worden versnipperd en gecomposteerd.
Aanplanten/verplanten kastanjebomen:
Gezien de ervaring dat nieuwe aanplant
heel snel ziek kan worden is het raadzaam
om voorlopig geen paardenkastanjebomen
aan te planten.
Het verplanten van paardenkastanjebomen
met bloedingsverschijnselen wordt
afgeraden en het verplanten van op
het oog gezonde bomen wordt ontraden.
Gebruik van het hout:
Uit ervaring blijkt dat het hout
van de paardenkastanje niet geschikt
is om als openhaardhout te gebruiken.
Onze ervaringen met de kastanjeziekte
sluiten aan bij de adviesen van stichting
Aesculaap, met daarbij opgenomen dat
de ziekte zich soms zeer snel uitwoekerd
over de gehele kastanje, en dat aangetast
hout zeer breukgevoelig is.
Laat u aangetaste bomen daarom regelmatig
controleren.
Verwelkingziekte bij de trompetboom (Catalpa bignonioides)
De laatste jaren krijgen we steeds vaker de vraag hoe het komt dat de Catalpa in de tuin takken krijgt die verwelken. Deze verwelkingziekte wordt bij de Catalpa veroorzaakt door bodemschimmels die vooral optreden bij een slechte bodemstructuur of een te natte standplaats.
De trompetboom die gekend is voor zijn tere wortels wordt dan ook geïnfecteerd door de bodemschimmels (verticillium) vanuit de grond.
Eenmaal de schimmels binnen in de wortels geraken zullen zij zich via het transportsysteem doorheen de gehele plant verspreiden.
Deze systematische verspreiding tot in de takken gebeurt via de vaatbundels die door de vermenigvuldiging van de schimmels uiteindelijk zullen dichtslippen.
Hierdoor wordt de sapcirculatie en de watervoorziening afgesloten.
Uitwendig kun je in een vroeg stadium soms een bladstandverandering zien en in een later stadium treedt bladverwelking en bladvergeling op.
Indien je een aangetaste tak afsnoeit is er een licht bruine verkleuring van het vaatweefsel te zien.
Bij een aangetaste boom zullen steeds meer takken, bladeren en bloemen verwelken.
Bladeren vergelen, worden bruin en sterven af.
De wortels zijn eveneens bruin en stervende.
Soms worden extra nieuwe wortels gevormd.
Vele mensen zullen de aangetaste takken weg snoeien. Deze mogen niet worden verwerkt door een hakselaar want door verspreiding van het hakselhout krijgt de schimmel vrij spel doorheen de volledige tuin.
De takken kunnen dan ook best naar een groenpark voor groenafval worden gebracht. De containers van deze groendiensten gaan dan naar gespecialiseerde composteerfirma's waar het eindproduct een grondige stoombeurt krijgt waardoor de laatste schimmels en onkruidzaden worden vernietigd.
De takkenschaar, de snoeischaar of de takkenzaag die gebruikt werd voor het snoeien van de aangetaste takken dient men nadien grondig te ontsmetten.
De tuineigenaar van de gesnoeide zieke Catalpa zal gelukkig zijn als hij het volgende groeiseizoen zijn boom weer netjes ziet uitlopen.
Toch zal de zogezegd genezen boom elk jaar opnieuw verwelken.
De verwelking treed meestal op tijdens warme dagen want dan kunnen de beschadigde vaatbundels de grote waterhoeveelheid die de bladeren nodig hebben voor de verdamping niet meer aan.
Volgt er na de droge periode een koele en nattere periode dan lijkt het alsof de boom herstelt maar elk jaar zal de ziekte zich meer en meer over de gehele boom gaan verspreiden waardoor de trompetboom uiteindelijk volledig zal afsterven.
De verwelkingziekte bij de Catalpa wordt veroorzaakt door twee verschillende soorten van bodemschimmels:
Verticillium albo-atrum.
Verticillium dahliae.
Deze veroorzakers van vaat- en verwelkingziekten kunnen vaak gedurende zeer lange tijd in de grond overblijven in de vorm van sclerotiën of chlamydosporen.
Wil men op dezelfde plaats toch terug een Catalpa plaatsen dan moet men de grond eerst grondig ontsmetten.
Dat kan gebeuren door hem te laten stomen of door chemische grondontsmetting. Anderzijds kun je de grond diep uitgraven en vervangen door gezonde aarde.
Indien je op die plaats liever geen gevoelige Catalpa meer zet denk er dan wel aan dat er nog andere bomen gevoelig zijn voor deze schimmel.
Hierbij denken we aan:
Acer (esdoorn)
Cercis (judasboom)
Fraxinus (es)
Robinia (acacia)
Tilia (linde)
Ulmus (iep)
Vitis (druiven)
Berberis (zuurbes)
Cotinus (pruikenboom)
Erica (heidekruid)
Ligustrum (liguster)
Rhus (fluweelboom)
Ribes
Syringa (sering)
Viburnum (sneeuwbalstruiken)
Advies:
Aangetaste bomen met wortel en een deel van de omliggende grond volledig verwijderen.
De plaats waar de aangetaste boom stond grondig diepspitten of draineren.
Breng voldoende compost en humus aan vooraleer een Catalpa aan te planten. Humus kan het verticilliumschimmel onderdrukken.
Indien gewenst kan Hovenier John Krops deze werkzamenheden voor u verrichten, en of adviseren.
Bacterievuur:
Bacterievuur is een besmettelijke ziekte, die relatief weinig voorkomt.
Als een boom deze ziekte heeft, dan moet de boom direct gekapt worden.
Ook moet dit gemeld worden bij de boomspecialist van de gemeente.
Een boom met bacterievuur is te herkennen aan het hout wat paars gekleurd is, de knoppen en bloesem sterven af en hieruit komt boomvocht vrij.
Bacterievuur komt voor in soorten van de familie roos - appel - kers – achtigen.
De perenboom, meidoornboom, (sier)kersboom en verwante soorten kunnen hieraan lijden.
Bastwoekerziekte:
De eerste symptomen van deze bacterieziekte bestaan uit bruine zwellingen op de bast.
Deze barsten open waarop de boom een kurklaagje om de wond vormt.
De bacterie breekt daardoorheen, waarop de boom weer reageert, enzovoorts. Zodoende ontstaan de karakteristieke bastwoekeringen op stam en takken van essen.
In de kroon van aangetaste bomen komen dode takken voor. De algehele conditie kan zo afnemen dat de boom een gevaar wordt voor de omgeving. De ziekte komt voor bij essen.
Overigens zijn niet alle essensoorten even gevoelig voor deze ziekte.
Voorkomen of behandelen van de aandoening is niet mogelijk.
Bij aanplant van essen is de soortkeuze van belang.
Wanneer de boom is aangetast is het rooien van de boom noodzakelijk om gevaarlijke situaties te voorkomen.
Iepziekte.
Rond 1920 werd voor het eerst de iepziekte waargenomen. De ziekte is te herkennen aan iepen, die in de zomer al herfstkleuren gaan vertonen. Het blad verkleurt en valt af. Het begint bij één tak en verspreidt zich vrij snel over de hele kroon. De schimmel die deze ziekte veroorzaakt (Ophiostoma ulmi) groeit aanvankelijk in de houtvaten. Via de sapstroom verspreidt de schimmel zich steeds verder door de boom. De iep probeert de schimmel tegen te houden door zijn watertransportsysteem af te sluiten. Hierdoor verwelken bladeren en takken en uiteindelijk sterft de hele kroon af.
De ziekte is besmettelijk en wordt verspreid door de iepenspintkever (m.n. soorten van de Scolytus kever), maar kan ook ondergronds, via het wortelstelsel verspreid worden. De iepenspintkevers leggen hun eieren bij voorkeur in zwakke en/of zieke bomen. De jonge kevers vliegen in de zomer van de zieke naar de gezonde iepen. Ze doen zich tegoed aan de bast van de jonge, gezonde twijgen en okselknoppen. Als de kevers de schimmel bij zich dragen, dan dringt deze binnen via het aangevreten houtvat en reist verder de boom in via de sapstroom.
Van belang is dat de zieke iepen zo snel mogelijk gerooid worden. Bij voorkeur binnen 3 weken. Het zieke/ dode hout mag ook niet opgeslagen worden als brandhout, omdat de houtblokken een ideale broedplaats zijn voor de iepenspintkevers.
Werkwijze:
In opdracht zorg Hoveniers bedrijf John Krops ervoor dat de iep/iepen snel en vakkundig gerooid en afgevoerd worden.
Na het rooien vervoeren wij de iepen afgedekt, zodat de aanwezige kevers niet de kans krijgen zich te verspreiden tijdens het vervoer. Wij zorgen er vervolgens voor, dat het hout op de juiste manier vernietigd wordt.
Kanker.
Deze schimmel, Sectria galligena, komt vooral voor op appelbomen.
Op het hout ontstaan dode plekken die zich langzaam uitbreiden, totdat ze de ganse tak of boom omsluiten.
In de herfst ontstaan rode stippen eromheen.
Het hout onder de dode plekken is bruin.
Bij jonge bomen of dunne takken zorgt de kankerplek voor een blokkering van het vochttransport.
De tak of boom sterft dan af. Bij oudere takken en stammen blijft er veelal genoeg plaats over om dit transport te verzekeren.
Gelukkig gaat de kanker niet zo snel vooruit en kan men hem met een scherp mes uitsnijden.
Belangrijk hierbij is om zeker diep genoeg te snijden en ook tot in het levende hout te gaan.
Als er ook maar een stukje schimmel blijft zitten, begint alles weer opnieuw.
Kankerplekken zijn zeer gegeerd door nuttige en schadelijke insecten als overwinteringsplaats en als legplaats voor eitjes.
Kanker heeft vooral vat op bomen in slechte conditie.
Littekens van geplukte vruchten en van gevallen bladeren, maar ook snoeiwonden, gevorkte takken en sporen van wildvraat zijn ideale groeibodems voor kanker. In het algemeen geldt: hoe levenskrachtiger de boom, hoe sneller wonden overgroeid raken. Vermijd bij de snoei overdreven grote wonden ofbehandel deze met een efficiënte wondpasta.
Eikenprocessierupsen
De eikenprocessierups (Thaumeatopoea processionea) is de rups van een nachtvlinder die met name voorkomt in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. Sinds enkele jaren wordt deze rups ook steeds vaker in Overijssel en in andere delen van Nederland gesignaleerd.
De rupsen gaan groepsgewijs, in processie,
's nachts op zoek naar voedsel (eikenbladeren) in de toppen van de bomen.
Overdag keren ze
terug naar hun nesten, die zich aan de zuidkant
van de eikenstammen bevinden.
Het venijn van de rupsen schuilt in de aanwezigheid van de vele kleine brandharen op de rups.
Deze verschijnen in de maanden mei-juli vanaf het derde larvale stadium naast hun normale beharing. De brandharen brengen gezondheidsrisico’s voor mens en dier met zich mee. De brandharen kunnen door de wind worden meegevoerd, vrijkomen door trillingen van het verkeer of, wanneer de rupsen ongewenst aangeraakt worden, dan worden de haren afgeschoten.
Wanneer men in contact komt met deze brandharen, dan kunnen gezondheidsklachten zoals jeuk, huiduitslag en irritatie aan ogen en/of luchtwegen ontstaan.
Werkwijze verwijdering van eikenprocessierupsen:
Nadat er nesten zijn gesignaleerd van de eikenprocessierupsen wordt er snel gehandeld. Het is van het grootste belang dat de nesten binnen een zeer korte tijd verwijderd worden. In opdracht zorgen wij ervoor dat de rupsennesten in hun geheel worden weggezogen en afgevoerd.
De rupsen worden vernietigd bij een destructiebedrijf.
Dit is een efficiënte methode en de bomen en de bast worden hierbij niet beschadigd. Tijdens deze werkzaamheden zijn onze medewerkers volledig afgeschermd voor de brandharen van de rupsen. Met speciale pakken en maskers wordt er zorgvuldig en snel gewerkt.
De bladluis is waarschijnlijk de bekendste plaag in planten, iedereen kent dit insect. De bladluis zuigt plantensap uit de plant en door de grote aantallen waarmee de bladluis voorkomt kan dit leiden tot grote schade, de bladeren verschrompelen, of vallen zelfs af. De bladluis scheid bovendien honigdauw af, wat een plakkerige laagje op het blad en alles wat onder de plant staat vormt. Op deze honingdauw komt weer een zwarte schimmel af die een zwarte laag vormt over het blad en zo de assimilatie stil legt.